Aster Nzeyimana: the new kid in Sporza-town

Enkele merkwaardige, leuke en tegelijk warme televisiemomenten halfweg vorig jaar toen Aster Nzeyimana in aanloop naar de Olympische Spelen in Rio als jongste sportjournalist ooit (23) in het VRT Journaal zijn debuut als nieuwsanker maakte. Aster is een jonge, viriele en sportieve kerel en zoon van een Belgische moeder en een Burundese vader. Hij ontlokte met zijn exotische tanige looks, blauwgroene ogen, ontwapenende smile en ‘mooie doordragen stem’ bij zijn journaaldebuut ongewild enkele ‘oudere’ vrouwelijke collega’s naast hem aan de studiotafel zowaar tot enig bakvisgegiechel en puberaal blosje op de wang. Soit, dit terzijde.

Half september konden de kijkers Aster Nzeyimana (24 jaar eind november) ook zien in de tweede aflevering van ‘Weg zijn wij’, een realityreeks waarin drie BV's samen op weekend gaan in eigen land. Elke bekende Vlaming moet in zijn of haar aflevering een deel van de trip organiseren rond drie vaste thema’s: een activiteit, een overnachting en een gastronomisch gerelateerde uitstap. Pas op de ochtend van hun vertrek ontdekken ze met wie ze op pad gaan en wat ze samen zullen beleven. In die tweede aflevering trokken actrices Liesa Naert (vooral bekend van haar tv-rollen als Saskia in Willy's en Marjetten, Quiz Me Quick en De Ideale Wereld) en Frances Lefebure (grote rollen in Vlaamse series zoals Vriendinnen, Tom & Harry, Nieuw Texas, Spitsbroers, Vermist en Amigo’s en presentatrice in Hotel Römantiek op VIER) dus met de jonge in het Rwandese Butare geboren sportjournalist samen op avontuur.

Frances Lefebure tekende voor het thema ‘overnachting’. Ze is een echt buitenmens. Ze slaapt graag in de buitenlucht en droomt van een buitenslaapkamer. Kamperen is dus echt haar ding. Ze heeft geen luxe nodig. Aster Nzeyimana: “Frances troonde ons mee naar het Limburgse Borgloon voor een overnachting in bijzondere boomtenten. Ze dacht bij haar keuze van haar overnachting dat de opnames ergens naar de zomer toe zouden gebeuren. Maar uiteindelijk werd de aflevering eind april al ingeblikt. En het was die dag en nacht bitter koud. Eén tot hooguit twee graden ’s nachts, vriestemperaturen zelfs daar in die oostelijke gelegen Haspengouwse fruitstreek. Het was een erg leuke ervaring, maar dus ook afzien. Zes dekens bovenop onze dikke slaapzak … en zo die boomtent in. Deed me trouwens aan een grote peer in kunststof denken, die traanvormige sculpturen die aan hoogstammen hangen in de ‘Tranendreef’. We mochten er ook aanschuiven aan een barbecue. Maar ook rond het BBQ-vuur was het berekoud. De crew excuseerde zich voor die winterse toestanden. ‘Maar het levert ons wel prachtige beelden op’, lachten ze.”

Liesa Naert kan niet zonder koffie. Het staat voor haar gelijk aan de ultieme gezelligheid. Zonder goede koffie komt ze de dag niet door. Liesa is een koffieliefhebber, maar geen kenner. Daarom had ze de gepassioneerde barista en koffiebrander Jens uitgenodigd. Hij leerde het drietal de kunst van het koffie proeven en cuppen. Aster Nzeyimana: “Inderdaad, een héél gepassioneerde man. Hij gaf ons als opwarmertje een heel lange uitleg van wel twee tot drie uur. We hebben uiteraard ook koffie geproefd. Een fijne sessie. Ik wist niet dat het verschil of de nuances tussen echt heel goede koffie en koffie uit een espressomachine of koffiezetapparaat zo frappant groot is.”

Aster Nzeyimana is niet alleen sportjournalist, hij is zelf ook een fervent sporter. Hij voetbalt al sinds zijn vierde. “Dus dat heeft zeker een deel van mijn leven beheerst. Ik heb tot mijn negentiende in de eerste ploeg gespeeld van Eendracht Aalst, even in tweede en ook derde klasse toen. Ik was centrale verdediger, op vier. Door mijn universitaire studies rechten en mijn eerste professionele stappen in de media ben ik overgestapt naar Berlare in 4e klasse. Door mijn drukke agenda heb ik momenteel even geen tijd meer om te gaan trainen, maar ik heb veel goesting om de draad terug op te pikken. Verder doe ik ook aan tennis en koers ik regelmatig. Ik heb een koersfiets en daar kruip ik dus vaak op.”

Geen toeval dus dat Aster voor ‘Weg zijn wij’ een sportieve activiteit heeft gekozen. “Ik wou iets kiezen dat we perfect samen konden doen en dat een mens een kick geeft. Ik dacht eerst aan mountainbiken, maar dat leek me dan weer iets te technisch en fysiek heel zwaar. Ik ben tenslotte uitgekomen bij downhill steppen, een avontuur waar ik me zelf nog niet eerder aan gewaagd had. Heerlijk: met een speciale robuuste outdoorstep met gigantische banden door de bossen en over verharde paden (overwegend) naar beneden ‘crossen’. Concreet had ik gekozen voor een avontuurlijke afdaling in Hockai, een deelgemeente van Stavelot in De Hoge Venen, provincie Luik. De natuur in de streek is adembenemend, één van de mooiste natuurparken van het land. In de winter is het een belangrijk wintersportgebied. Een parcours door riviertjes, over smalle en vaak slingerende singletracks langs heuvelwanden, over houten en gammele brugjes, boomstronken en -wortels, rotsen en scherpe krappe bochten tussen de bomen Dat was echt ‘hard gaan’ en ‘durven’… Heel cool en dat gaat verdomd verbazingwekkend snel. Op tv lijkt het trager dan in de realiteit. Vraag me niet aan hoeveel kilometer per uur we naar beneden kronkelden, maar het snelheidgevoel was in elk geval heel hoog. Liesa zag die activiteit aanvankelijk wat minder zitten. Frances is er wel vol voor gegaan. Maar achteraf bekeken was iedereen duidelijk content. Uiteraard is zo’n downhill niet zonder gevaar voor valpartijen en de mogelijke gevolgen ervan. Maar we hadden met de Nederlandse uitbater van het parcours ervaren begeleiding mee. Hij waarschuwde ons tijdig voor de gevaarlijke plekken.”

Stel dat jij nu zelf een volledig scenario voor een ‘Weg zijn wij’ zou moeten samenstellen. Welke drie activiteiten zou jij de deelnemers voorschuiven. “Moeilijke vraag. Culinair gerelateerde uitstap? Samen ietsje drinken in een rooftopbar op een hoog gebouw in pakweg Brussel. Lijkt me leuk. Prachtig uitzicht over de stad, een natje en een droogje … Altijd tof, toch?! Mijn overnachting zou zeker in Londen mogen zijn, mijn favoriete stad. Ergens in Chelsea, de mooiste wijk van de stad. Of Shoreditch, een hippe kunstbuurt in East End, één van de leukste plekken van Londen, met boetiekjes met vintage kleding, foodmarkets, geweldige street art, gezellige koffiebarretjes en een mix van culturen. En mijn activiteit zou desgevallend ook sportief zijn: op een handbike door het Londense verkeer. Qua adrenaline kan dat wel tellen …” 

Nu we het over sport hebben … Aster Nzeyimana is dus sportanker voor Het Journaal, Sporza-commentator op VRT radio en tv, en gewoon sportjournalist die op reportage gaat. “Voetbalcommentator worden, dat was altijd al mijn kinderdroom. Dat is het nog. Maar daar zal ik nog wat jaartjes geduld moeten voor oefenen. Met Frank Raes, Filip Joos en Peter Vandenbempt staan er heel straffe collega’s boven mij in de hiërarchie, zij zijn top in België. Zij zijn momenteel vooral collega’s waar ik nog heel veel kan van leren. Maar ik steek niet weg dat voetbal absoluut mijn favoriete sport is. Vraag me niet waarom. En ik schat de meeste andere sporten al hoog in …”

Normaliter had Aster Nzeyimana nu in één of andere universitaire aula of thuis voor de boeken moeten zitten. Hij combineert zijn drukke agenda en intensieve bezigheden op de sportredactie met een universitaire studie rechten. Ja, dat klopt. Maar het is een wel heel zware combinatie. Ik volgde tot vorig jaar een geïndividualiseerd traject, met één vakje per semester. Ik probeer nu met de universiteit te kijken of ik die studies niet over een langere termijn kan spreiden. Dat diploma is nu vooral een goed back-upplan. We zullen wel zien wat het geeft, want mijn agenda is ongelooflijk druk. Ik wil echt mijn diploma halen, al is er natuurlijk geen tijdsdruk: ik heb mijn droomjob al.”

Nu we het over studies hebben. Aster Nzeyimana heeft in het middelbaar Grieks-Latijn gevolgd. En hij heeft daar tot op vandaag nog geen seconde spijt van gehad, integendeel. “Die klassieke richting, die ik trouwens iedereen aanraad, heeft me erg veel bijgebracht en me veel inzicht in eeuwen geschiedenis bezorgd. De oude Grieken hadden het 2500 jaar geleden al over de thema’s en gedachtegoed die nu nog actueel zijn. Zij hadden al vergevorderde structuren en civilisaties. Socrates, Plato en Aristoteles, hun drie grote filosofen, hebben het westerse denken blijvend beïnvloed. Ook theater, poëzie, retoriek, geschiedschrijving, militaire strategie, architectuur, beeldhouwkunst en natuurwetenschap zijn in veel opzichten tot op de dag van vandaag nog relevant. Ik zou bijna durven zeggen dat de mensheid er sindsdien is op achteruitgegaan. Ik erger me dan ook aan mensen die nooit Grieks of Latijn hebben gestudeerd, maar die richtingen wel wegwuiven als historisch zwaar achterhaald en nutteloos. Vraag eens aan mensen die wel die twee oude talen hebben gestudeerd hoe belangrijk of waardevol ze dat nu nog vinden. Ik denk dat je heel weinigen zal horen zeggen dat ze Grieks en Latijn op school mogen afschaffen. Ik word er elke dag nog mee geconfronteerd. Latijn helpt ook om logisch te denken en moderne talen te leren, stelt je taalinzicht scherper. Je leert veel woorden kennen die in moderne talen verder leven. O.a. Italiaans, Spaans en Frans zijn echte ‘dochters’, maar bijna alle Europese talen zijn in hun vocabularium schatplichtig aan het Latijn. Ook in het Nederlands zitten veel woorden die uit het Latijn komen, bvb. alibi, agenda, credo, veto, ad rem, centrum, exit, mea culpa … We hebben ook veel woorden uit het oud-Grieks overgenomen: democratie, akoestiek, dialoog, orthopedie Deze oude talen geven toegang tot de wortels van onze cultuur en helpen bij het methodisch memoriseren van leerstof in het algemeen en bij het leren van moderne talen in het bijzonder. Maar de waarde van de klassieke talen ligt ook elders. Latijn en Grieks leren is in de eerste plaats leren interpreteren. En interpreteren betekent: het andere, het niet-evidente, het vreemde proberen te begrijpen, belangrijk in deze gepolariseerde tijden. Onder andere daarom passen die talen uitstekend in het democratische en geesteswetenschappelijke onderwijsmodel.”

Marc Lerouge