Terug naar school: Zij worden al groot ... en wij voeden ze niet alleen op

Ouders voelen zich exclusief verantwoordelijk voor het welzijn van de toekomstige volwassene die hun kind ooit zal zijn. Een Afrikaans gezegde spreekt hen tegen. ‘Er is een dorp nodig om een kind op te voeden.’ An Candaele deelt deze mening. Familie, vrienden, school, iedereen speelt zijn rol. En toch begrijpt An de ouderlijke kopzorgen maar al te goed. Ze observeerde de leefwereld van zij (haar dochter) en hij (haar zoon) en deelde deze ervaringen in het boek ‘opgroeien in stukjes’.  

Een ouder is niet de enige opvoeder. Loslaten is een onderdeel van opvoeden. Dat valt niet iedereen even gemakkelijk. Bovendien is het een proces dat zich altijd herhaalt: die eerste keer aan de schoolpoort, tijdens het middelbaar en hoger onderwijs, wanneer de kinderen hun vleugels willen uitslaan. Ook voor An is het niet anders. ‘Bij de onthaalmoeder viel het nogal mee. Haar taak was eerder verzorgend.’  De kinderen afgeven aan de schoolpoort viel haar zwaarder. ‘Daar moet je jouw kind echt loslaten. Een ander zal het moeten troosten, terwijl er zoveel kinderen om aandacht vragen.’ Het ene kind is ook het andere niet. Zij ging met plezier naar de kleuterklas. Ze was eerder een standaardkleuter. Hij voldeed minder aan de norm. ‘Nochtans had hij zoveel humor,’ herinnert An zich. ‘Moet elk kind in dezelfde mal geduwd worden?’

 

Worstelen met schapenwol en andere prutsonderdelen


In de derde kleuterklas vond de juf haar tekening … beneden peil… Wellicht klopte dat …, maar mijn kind dat verdrietig was… “Vind jij het mooi?” vroeg ik. “Ja,” zei ze… “Wel,” zei ik, “dan IS dat ook mooi. Wat juffrouw ervan vindt, is niet meer waard dan wat je er zelf van vindt.”

‘Je wil als ouder het gezag van de leerkracht niet ondermijnen. Daartegenover staat dat je kinderen aan hun leerkrachten overgeleverd zijn. Wat het kind denkt of voelt moet ook serieus genomen worden. Ik bewonder de leerkrachten die al de verschillende individuutjes op een goede manier aanpakken.’  De persoonlijkheid van de leerkracht speelt uiteraard een rol. En dan moet er nog de klik zijn met het kind. ‘Hij herinnert zich zijn meester uit de basisschool die hem de liefde voor de boeken bijbracht. De middelbare schooltijd was een lastiger periode. De pubertijd zal daar voor een stuk tussen gezeten hebben, maar ook het schoolsysteem lag hem niet zo. Voor hem volstond het als hij er met de hakken over de sloot door was. Ze moeten niet het onderste uit de kan halen. Toch vond ik het jammer dat de lessen hem maar zo konden bekoren, terwijl je als jongere heel wat tijd op school moet doorbrengen. Later studeerde hij geschiedenis en legde de lat hoger en hoger. Toen vond hij het wel interessant.’ Het ene kind is het andere niet. ‘Hij is altijd eigenzinniger geweest dan zijn zus. Hij stelt zich veel vragen bij alles wat hij rond zich ziet gebeuren. Dat is positief en tegelijk soms lastig.’   


Geen oog om oog. Maar wat dan wel?

Thomas had hem op de speelplaats getreiterd en hij was ineens zo kwaad geworden dat hij hem in zijn arm had gebeten. … de juf had ons schaap een uitbrander gegeven.  … Twee dagen later beet Thomas hem in de rug… Toen ik er de juf over sprak zei ze: “Dat had hij moeten zeggen.” En over de voorgeschiedenis: “Ik besefte dat jullie kleine dat niet zomaar had gedaan, dat hij erg uitgedaagd moest geweest zijn, maar ik kon het bijten toch niet goedkeuren?”

‘Sommige kinderen zijn assertiever dan andere,’ constateert An. Bepaalde kinderen reageren vanuit oog om oog, tand om tand principe. Hoe ga je daar als opvoeder mee om? ‘Het blijft een dilemma voor ouders en leerkrachten. Ik wist niet hoe ik mijn kinderen assertief kon maken zonder geweld.  Het is vooral een probleem als ze klein zijn. In een latere levensfase zoeken ze een kring op, waarbij zij zich goed bij voelen. Gelukkig hebben mijn kinderen nooit in de pesthoek gezeten. Sommige kinderen worden altijd gepest, een marteling voor de ouders en hun kinderen.’ 


Empathie maar niet te veel?


 

“Marie is een blètekous,” vertelde hij en had daar duidelijk plezier in. … Ocharme het kind, ging het meteen door me heen, in de derde kleuterklas… kinderen kunnen hard zijn. … Ik berispte mijn spottende vijfjarige…

Het eeuwige dilemma van de opvoeder. Laat je de kinderen zich het lot van een ander aantrekken, als ze zichzelf daarmee buiten de groep zetten? ‘Empathie bijbrengen is belangrijk. Soms zit je met de vraag hoever ze daarin moeten gaan. Ook als ze ouder worden. Zij werkt in de sociale sector en doet dat met veel empathie. Ook na de werkuren blijft ze met het lot van haar mensen begaan. Toch moet ze leren om haar werk los te laten. Als je het niet volhoudt, heeft niemand er iets aan. In de opvoeding probeer je bepaalde zaken door te geven. Te veel de les spellen haalt niets uit. Als er iets misloopt, zullen ze wel als eerste naar jou toekomen.’ 


Het regent lichtjes


De was hangt goed en wel aan de lijn… “Het regent lichtjes.” …  Onze jongste snelde met ons mee en bleef naar de hemel speuren. “Ik zie niet de lichtjes,” zei hij ontgoocheld.

En een andere keer had hij het over een lauwe peer - naar analogie van lauw water - waarmee hij een middelgrote peer bedoelde. ‘Hij was best een toffe peer! Dat is toch plezant. Er zit een logica in hun redenering. Het is leuk als je die ziet.’


 

Bij mij zou het niet waar zijn

Als we ons ergeren aan een kind van een ander hanteren we maar al te vaak het cliché ’t zou de mijnen moeten zijn… Elk kind heeft zijn eigen temperament, zijn talenten én gebreken. Zouden we het werkelijk beter doen? An gelooft dat elk kind een portie geluk nodig heeft om zijn weg te vinden, kortweg gelukkig te zijn. ‘Een ouder maakt wel een verschil. Het is niet alleen jouw verdienste als je kinderen goed terecht komen. Het is samenspel, zowel wat de verdiensten als het negatieve, betreft. Onze generatie is bewuster bezig met opvoeden. Denk nu aan de schoolkeuze. Ik zei tegen mijn moeder: ik wil naar deze school. Doe maar, was het antwoord. Wij zullen er over praten en benadrukken dat ze hun schoolkeuze niet enkel mogen laten afhangen van hun vrienden. Er bestaat geen recept voor een goede opvoeding. Toch hamert het in ons achterhoofd: we moeten voldoen. Ik kan slechts een tip voor ouders meegeven: voed niet krampachtig op, vertrouw op de toekomst. Meestal loopt het wel los. Nee, er is niet één goede aanpak, er zijn er meerdere.’

 

Kaderstukjes
An Candaele
Gebeten door de schrijfmicrobe waagde An haar kans bij de krant Het Volk. In de pers kwamen vrouwen nauwelijks aan bod. Om het hiaat op te vullen, mocht An wekelijks een vrouw interviewen. Een verhaal brengen, was duidelijk haar ding. 
Na een intermezzo van enkele jaren nam ze deel aan een examen en werd ze redacteur bij De Bond. Het grote publiek kent haar van haar columns op de cover over haar tienerkinderen. De lezers smaakten haar werk vooral omwille van de herkenbaarheid.

Opgroeien in stukjes  cover van het boek: zie bijlage
Met de geboorte van een eerste kind wordt de wereld van zijn ouders op de kop gezet. Fijne momenten wisselen af met kleine en grote zorgen. Menig ouder vraagt zich af Hoe doe ik het als moeder/vader? Ook An stelt zich meermaals dezelfde vraag. Eén ding weet ze met zekerheid: niemand kan het perfecte receptuur voor de opvoeding van  een specifiek kind voorschrijven. Leren relativeren is de boodschap, en loslaten. 

Opgroeien in stukjes brengt een selectie van de  columns aangevuld met nooit eerder gepubliceerde teksten. Het resultaat is een boek over het traject van geboorte tot uitvliegen van de kroost. Grappig, aangrijpend en vooral herkenbaar.  
Opgroeien in Stukjes, An Candaele, uitgeverij Bibliodroom, 2017; ISBN 9789492515100

 

Tekst: Ria Anyca - Illustratie: Philippe Segaert