Emeritus-hoogleraar Etienne Vermeersch (77) blijft de invloedrijkste Vlaamse filosoof van dit tijdsbestek. Dirk Verhofstadt interviewde hem dagenlang en het relaas daarvan is te lezen in een boek van 469 bladzijden. Op visite bij de professor in de Alleswetenschap.



Op het einde van het boek vertel je dat je na jouw dood geen lofrede verwacht. Maar: “Ik zou het liefst hebben dat een aantal mensen zegt dat ze me een goed mens vonden”. Ik had eerder verwacht dat uit uw mond zou klinken: “Ik zou het liefst hebben dat een aantal mensen zegt dat ik altijd naar de waarheid heb gezocht”.

Etienne Vermeersch: “Dat streven naar de waarheid is voor mij een evidentie. Dat zit er bij mij gewoon ingebakken, daar hoef ik geen compliment voor. Maar iemand die de waarheid hoog in het vaandel draagt, is nog niet per definitie een goed mens. Daarvoor is het nodig dat hij zich gedraagt naar de moraal die hij heeft opgedaan in de maatschappij waarin hij leeft, nadat hij daar goed over heeft nagedacht.”

Wat is jouw minst mooie eigenschap?
“Ik ben lui. Nu ja, mijn vrouw is het daar niet mee eens. Zij zegt: “Vertel niet zo’n onzin, je bent de hele dag aan het werken!” Dat moet ik nuanceren: ik ben de hele dag bezig. Het kost me inderdaad geen enkele moeite om een boek vast te nemen en me daarin te verdiepen, om de eenvoudige reden dat ik een grote belangstelling heb voor vanalles. Ik wéét graag iets. Maar als ik iets moet doen omdat ik het bijvoorbeeld heb beloofd, dan krijg ik het al veel moeilijker. Het meest duidelijke symptoom van mijn luiheid is mijn slordigheid. Bekijk deze werkkamer, het moet één van de meest chaotische van het westelijke halfrond zijn. Om tot aan mijn bureau te komen, ben ik dagelijks verplicht mezelf tussen hoge stapels boeken en papieren te manoeuvreren. Ach, ik beschouw het als mijn vorm van gymnastiek.”

Je weet hoe Churchill over sport dacht: “Sporten is overbodig. Ben je gezond, dan is het tijdverspilling. Ben je niet gezond, dan is het slecht voor je.”
“Als kind deed ik aan atletiek. Mijn specialiteit was de sprint: dankzij mijn kleine gestalte had ik een heel snelle start. Mijn vader wilde liever niet dat ik voetbalde. Hij had een broer die ooit een kwetsuur aan een been had opgelopen en die wonde was blijven etteren, vandaar. Wat ik tegenwoordig nog altijd doe, is een wandeling in mijn eigen huis: ongeveer een half uur de trap op en af stappen. Dat is goed voor mijn hart. Ik heb al twee hartinfarcten gehad, hé.”

De Nederlandse cardioloog Pim van Lommel heeft een studie gewijd aan bijna-doodervaringen. Hij is een believer.
“Pijnlijk, heel pijnlijk, dat een wetenschapper daarin gelooft. Ik heb er een stuk over geschreven voor de website van Skepp (www.skepp.be). Als iemand uit een coma ontwaakt en daar een bepaalde herinnering aan bewaart, wil dat gewoon zeggen dat die persoon niet echt dood is geweest. Spinoza wist het al: als het lichaam weg is, is de geest weg. De dood is het onomkeerbare einde van het brein.”

Je werkte al aan de universiteit toen zich in de jaren zestig van de vorige eeuw de studentenrevolte afspeelde. De Nederlandse schrijver Gerrit Komrij maakte enige tijd geleden brandhout van die generatie babyboomers – zichzelf inbegrepen. “We hebben het verprutst”, schreef hij in een essay. “We laten de wereld straks niet mooier achter dan we haar hebben gekregen.”
“Mei ’68 heeft wel degelijk een aantal goede dingen met zich meegebracht, laten we dat toch niet vergeten. Om maar iets te noemen: het inzicht dat ‘gezag’ niet hetzelfde is als ‘hoger in de hiërarchische structuur staan’. Nee, gezag moet je verdienen. In het universiteitsgebouw op de Blandijnberg waar ik mijn colleges gaf, kon je in de jaren vijftig op de liftdeur nog lezen: ‘Lift alleen voor professoren’. Vanaf eind jaren zestig was de lift voor iedereen. Of neem de opkomst van de patiëntenverenigingen. Dat mensen met een bepaalde ziekte – van diabetes tot spina bifida – samen durven te strijden voor hun belangen, is in wezen een uitvloeisel van het gedachtegoed van mei ’68.”

Ook de ecologische beweging is eruit voortgekomen. Alleen: het milieu is er nog niet door gered.
“In een vorig boek van mij, 'De ogen van de panda', heb ik het over het WTK-bestel (wetenschappelijk, technologisch, kapitalistisch). Om dat stil te leggen, heb je meer nodig dan een jongerenbeweging. In de jaren vijftig had men al moeten inzien wat zich het meest opdrong: het sterk onder controle houden van de uitbreiding van de wereldbevolking. Dat men daar toen niet de gepaste conclusies uit heeft getrokken, is niet iets wat je specifiek de generatie van mei ’68 kunt verwijten.”

Het is inderdaad al decennia jouw stokpaardje: de overbevolking van onze planeet is ons grootste probleem en zowat alle andere wereldproblemen hebben ermee te maken. Men zal nooit kunnen zeggen dat je er niet tijdig voor hebt gewaarschuwd.
“En toch dringt dat besef maar niet door, hoe vanzelfsprekend het ook is. Toen ik geboren werd, waren er 2 miljard mensen. Intussen zitten we al aan bijna 7 miljard. Of kijk naar een land als Egypte, dat heel lang behoorlijk heeft kunnen leven met enkele miljoenen mensen. Maar begin twintigste eeuw is de bevolkingstoename daar geëxplodeerd, met als gevolg dat er nu al 84 miljoen inwoners zijn. Terwijl de bebouwbare ruimte ongeveer de oppervlakte van België beslaat. Het is te waanzinnig voor woorden, maar niemand doet er iets aan.”

Is dat een les van jouw leven: je mag het gezond verstand van de mens niet overschatten?
“Het collectieve gezond verstand mag je inderdaad niet overschatten. Helaas.”

De zegen van de rationaliteit

In jouw boek deel je inzake de migrantenproblematiek een sneer uit naar de PMS-centra, de voorlopers van de huidige Centra voor Leerlingenbegeleiding (CLB): “Veel van die PMS-centra hebben een nefaste rol gespeeld. Al te vaak hebben ze moslimmeisjes die in staat waren tot hoger onderwijs, in de richting van snit en naad gestuurd.”
“Gelukkig zijn sommigen van hen nog goed terechtgekomen, omdat ze bijvoorbeeld nadien een rechtenstudie zijn gaan volgen. Maar dat zijn de uitzonderingen. Dat zoveel allochtone meisjes automatisch tot snit en naad werden veroordeeld, vind ik nog altijd een onnoemelijk schandaal.”

Zelf heb je er ooit, in samenspraak met jouw vrouw, bewust voor gekozen om geen kinderen op de wereld te zetten. Knaagt de spijt vandaag soms niet, als je leeftijdsgenoten enthousiast de geneugten van het grootouderschap hoort roemen?
“Het weze hen van harte gegund. Ik ben echter geen mens die leeft van spijt. Kijk, het leven is zo rijk aan mogelijkheden: er valt zo veel mee te maken, je kunt je dag vullen met zo veel uiteenlopende aangename bezigheden! Als ik kinderen en kleinkinderen had, zou ik sommige van die dingen moeten inperken of helemaal laten vallen. Dat zou ik dan met plezier doen, maar zoals het nu is, is het óók goed.”

Je verstaat blijkbaar de kunst van het tevreden zijn.
“Ik heb het geluk gehad een leven te mogen leiden zonder echte tegenslagen. Mijn grootste verdriet tot nu toe had ik toen mijn moeder op 76-jarige leeftijd stierf. Maar daar kun je alleen maar van zeggen dat het valt te rijmen met de logica van het bestaan: kinderen weten dat ze ooit afscheid zullen moeten nemen van hun ouders. Het omgekeerde, ouders die een kind verliezen: dát is pas erg. Omdat het tegen de gang van de natuur is.”

Je hebt naar verluidt weleens aan zelfmoord gedacht?
“Ja. Vanwege heel ontgoocheld te zijn in een vriendschap.”

Dat vind ik om die reden wel erg verregaand als maatregel.
“Waarom heb ik daar even aan gedacht? Je bent ten eerste overtuigd van het waardevolle van die andere persoon. En ten tweede meen je te weten dat hij jou waardeert. Als dan blijkt dat dit niet het geval is, denk je: blijkbaar ben ik niet zo veel waard. Waarna al de rest ineens onbelangrijk wordt en je je afvraagt: hoeft dit leven voor mij eigenlijk nog? Let wel: bij mij duurt zo’n overweging maar even, omdat mijn rationaliteit het al snel weer haalt.”

Is de keerzijde van de medaille dat die rationaliteit ook jouw positieve emoties aftopt?
“Vermoedelijk wel. Maar is dat een jammerlijke zaak? Ik las ooit het boek 'La Chartreuse de Parme' van Stendhal. Het hoofdpersonage is passioneel verliefd en doet de gekste dingen. Daar kan ik met de beste wil van de wereld niet bij. Voor mij lijkt dat wel een Marsbewoner! Mij is het nooit overkomen dat een passionele liefde me zo in haar greep kreeg. Net zoals ik ook de jaloersheid niet ken.”

Ook niet toen er nog meer testosteron in u zat?
“Nee. De zon mag van mij schijnen voor iedereen. Wie ben ik om een vrouw alleen maar voor mezelf te claimen?”

Is de vrouw het hogere deel van de schepping?
“In elk geval het deel dat ik plezanter vind, haha! Mijn vriendenkring heeft altijd meer vrouwen dan mannen geteld. Ik voel instinctief meer warmte voor ze. Al heb ik één zéér goede mannelijke vriend: iemand die nog samen met mij in het noviciaat heeft gezeten, bij de jezuïeten. Net als ik is ook hij uitgetreden. Alleen is hij gelovig gebleven en ik niet meer.”

Ondervind je aan den lijve dat een mens dommer wordt met het verstrijken van de jaren?
“Absoluut. Ik kan weliswaar nog altijd terugvallen op de intellectuele bagage die ik in mijn leven heb opgedaan – en als een naam me niet onmiddellijk meer te binnen schiet, kan ik die meteen googelen – maar de snelheid en helderheid van het inzicht verminderen. Niet toevallig komen de grootste innovaties op het gebied van de wiskunde en de natuurkunde uit het brein van twintigers en dertigers. Stephen Hawking zal in de toekomst nog wel interessante dingen naar voren brengen, gebaseerd op wat hij in het verleden heeft geleerd, maar een nieuwe revolutionaire theorie hoef je van hem niet meer te verwachten. Dat is nu eenmaal inherent aan het ouder worden, en je kunt maar beter vrede leren hebben met de afname van je intelligentie. Maar stel dat ik echt seniel word, dan moet er volgens mijn wilsbeschikking een einde aan mijn leven worden gemaakt.”

Wie zijn jouw hedendaagse helden?
“Ik heb nooit helden gehad, alleen mensen voor wie ik waardering voel. De idolatrie is mij onbekend. Net zomin als ik ooit in staat ben geweest om me op maar één interessegebied te fixeren. Religies, moraal, fysica, scheikunde, biologie: het interesseert met allemáál mateloos.”

Je gelooft er niet in, maar alleen daarom al zou reïncarnatie voor jou persoonlijk een goede zaak zijn: kunnen terugkeren op aarde om je nog meer in al die dingen te verdiepen.

(brede glimlach) “Ja, om die reden zou het mogen bestaan. Er valt nog zo veel te leren kennen.”


Het boek ‘In gesprek met Etienne Vermeersch – Een zoektocht naar waarheid’ van Dirk Verhofstadt verscheen bij de uitgeverij Houtekiet.

 

 

 





-->