Karaat lifestyle magazine
 
   
   
 

Karaat Video

video karaat magazine

WIN WIN WIN

Accenta

Kijk hier om deel te nemen


Axelle Red

Klik hier om uw kans te wagen

 

 

Vrijkaarten te winnen !
Een overzicht via de activiteitenkalender
Groeten uit...
Digi karaat van de maand

Karaat Digi-magazine Juni 2010

Lifestyle links




a   a   a
U bevindt zich hier: Nieuws > Kunstenaar Wim Delvoye en politicus Philippe De Coene

01/05/2005: Kunstenaar Wim Delvoye en politicus Philippe De Coene

Kunstenaar Wim Delvoye en politicus Philippe De Coene

Kunst moet mensen samenbrengen

Kunstenaar Wim Delvoye en Philippe De Coene (schepen van Leefmilieu in Kortrijk) stoten allebei op protest bij de integratie van een kunstwerk in het lokale straatgebeuren. De ‘Verroeste Betonmolen’ van Delvoye, een gotisch aandoend smeedijzeren vehikel, staat gepland op de Hooikaai in Brussel, het park achter de Koninklijke Vlaamse Schouwburg en leidde tot een petitie van een vijftigtal ontevreden buurtbewoners. Het architecturale project, De Libelle, dat schepen De Coene wil neerzetten in het natuurreservaat van Kortrijk, zette bij driehonderd mensen kwaad bloed. Hoog tijd dus voor een dubbelinterview over de plaats van kunst in het straatbeeld en de positie van de kunstenaar tegenover de democratie van het volk.

Karaat: Waarom was er zoveel te doen over de selectieprocedure en de uiteindelijk gekozen kunstenaar?
Delvoye: De werkgroep, die onder meer bestond uit de Koninklijke Vlaamse Schouwburg en de schepen van Cultuur, wilde in de eerste plaats een kunstwerk van een Vlaming in het straatbeeld integreren. In samenspraak met het architectenbureau dat al veel werk in die wijk heeft verricht, kwam men door eliminatie algauw bij mij terecht. Op zich was dat dus een vrij normale procedure, maar ik vrees dat een deel van de buurtbewoners op mijn bekende naam is gesprongen. Er zijn in die buurt nog drie andere kunstwerken geplaatst waar geen haan naar kraait. Mijn bekendheid heeft me dus geholpen in de selectieprocedure, maar werkt me nu tegen bij de aanvaarding van de buurtbewoners. Het is allemaal begonnen met drie, vier personen die onmiddellijk veel aanhang kregen met een petitie. Uiteindelijk dienden vijftig mensen een klacht in. Vervolgens hebben de kranten de boel nog wat aangewakkerd, vooral omdat de media meestal niet meer op een zinnige manier over kunst kunnen schrijven. In plaats daarvan lokken ze reacties en conflicten uit. Als daar bijvoorbeeld een werk had gestaan van een of andere onbekende Waalse jongere, dan was er niks aan de hand geweest. Bij de presentatie van een beeldhouwwerk in mijn geboortestad Wervik gingen de cameraploegen destijds op zoek naar die vier of vijf mensen die het maar niks vonden om toch maar een ‘leuke’ reportage te kunnen maken. Want het ging natuurlijk om de bekende Wim Delvoye.

Karaat: Waren er voor het KVS-project dan geen andere kandidaten?
Delvoye: Neen. Een buurtbewoner die dat protest tegen de betonmolen organiseerde kende een Duitstalige architect die een keramiekmuseum heeft en die zich achteraf officieus ook kandidaat stelde. Die buurtbewoner begon dus te lobbyen en speelde bepaalde dingen tegen mij uit. Net zoals het Vlaams Belang gebruikte hij een paar argumenten die inspelen op het veiligheidsgevoel bij de mensen. Zo rakelde hij plots op dat er, door de geruchten over de betonmolen, al veel meer prostitutie in de buurt aanwezig was. Of men vreesde dat door de gaten in de smeedijzeren structuur van de betonmolen veel vuilnis en papier zouden worden opgeslagen, wat de buurt nog verwaarloosder zou maken. Men legde onmiddellijk een paar soortgelijke, absurde linken die niet op een redelijke manier te weerleggen waren. Op die manier praatte een handvol tegenstanders in op een kleine massa die uiteindelijk een petitie tekende. Het ironische van de zaak is dat het nog twee jaar zal duren voor de betonmolen er werkelijk staat, en dat daar nu al zoveel rond te doen is.

Karaat: De buurtbewoners willen dus te veel zeggenschap over wat er in hun achtertuin belandt?
Delvoye: We leven in een democratie, maar als men verkiezingen gaat organiseren om een kunstenaar te selecteren, dan haak ik af. In de Renaissance was kunst overal te zien, nu zijn kunstwerken verbannen naar speciale pleinen of parken. Deze zogenaamde stadsreservaten zijn de enige plekken waar de gewone mens nog een kunstwerk kan bezichtigen. Het park waar de betonmolen wordt ondergebracht bevat trouwens onder meer nog een speeltuin, een tennisveld, een wandelroute en een vijver. Ik vraag me dus af: waarom krijg ik nu zoveel naar mijn hoofd geslingerd omwille van een onnozele camion? Het zijn net de mensen die zich financieel iets kunnen veroorloven en die een huis in die buurt hebben gekocht, die nu ook denken dat ze over het cultureel patrimonium mogen beslissen. Deze kleinburgerlijke mentaliteit vloekt met de opvatting dat dit soort kunstwerk bedoeld is voor de gewone mens, die meestal niet tot in een museum geraakt.

Karaat: Kan kunst per definitie wel democratisch zijn en mogen buurtbewoners daar eigenlijk inspraak in hebben?
De Coene: Als je één iemand daarover laat beslissen ben je totalitair bezig. Maar als je de hele massa daarin betrekt, is dat eveneens totalitair. Het is de opdracht om een compromis te vinden en dat is meestal bijzonder moeilijk. In het geval van de betonmolen denk ik dat een zekere vorm van desinformatie of gebrek aan informatie de boosdoener is. Alle initiatiefnemers hebben wellicht niet direct gecommuniceerd tegenover ‘het volk’. Daardoor vormen de mensen zich op voorhand een mening en loopt het meestal fout. De hele heisa rond De Libelle in Kortrijk is heel banaal ontstaan. In een uitzending van Vlaanderen Vakantieland zag ik een bloemententoonstelling in Nederland waar de universiteit van Wageningen een merkwaardige constructie had neergepoot. Het ging om een reusachtige vlinder van 40 m op 50 m waarin een audiovisuele rondleiding over natuur en leefmilieu was ondergebracht. Om heel eerlijk te zijn hebben wij dat ontwerp gepikt om onze eigen originele uitkijktoren in het natuurreservaat te bouwen.

Karaat: Hoe ziet die constructie eruit en waarvoor dient ze eigenlijk?
De Coene: De Libelle is een uitkijkpunt over het reservaat, waarin je letterlijk door de ramen –de facetogen van een insect- een prachtig, panoramisch uitzicht over de streek krijgt. Tegelijk dienen de vier immense vleugels als bescherming of schutplaats voor de bezoekers. Binnenin komt een permanente tentoonstelling over natuur en leefmilieu, zowel voor kinderen als voor volwassenen. Het was vooral de bedoeling om in te spelen op de fantasie van de kinderen.

Karaat: Waarom kwam er dan zo’n protestactie tegen De Libelle?
De Coene: Die constructie kost 300.000 euro, wat veel en tegelijk ook weinig geld is. Alles is relatief. Het gaat om een tentpaviljoen met duurzaam membraan dat slechts door enkele fabrikanten gemaakt kan worden. De investering, trouwens voor 2/3 gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap, is op zich niet groot, maar voor een gewone mens klinkt dat ontzettend decadent.

Karaat: Wie reageerde dan zo fel?
De Coene: Het waren vreemd genoeg de meest gefortuneerde mensen die met de meest absurde argumenten kwamen aandraven. Niemand had om zo’n gedrocht gevraagd. Dat is een terechte opmerking waar je op zich geen verhaal tegen hebt. De meesten vonden het schandalig dat al hun belastingsgeld zomaar werd misbruikt. Maar geen van deze tegenstanders durft verder in de toekomst te kijken, naar de mogelijkheden, naar de uitstraling van hun eigen stad. Ze denken altijd in het hier en nu, een zeer bekrompen mentaliteit. Men vergeet soms dat ik door dit project ook zelf risico’s neem tegenover mijn kiezers. Ik moet al mijn beslissingen verantwoorden voor het college. Wim kan als kunstenaar veel sneller je m’en fou zeggen en zijn eigen werk weer intrekken. Ik niet. Als ik de meerderheid van de fractie achter mij heb, kan ik niet zomaar toegeven aan een petitie van 350 handtekeningen, wat eigenlijk op 70.000 inwoners betrekkelijk verwaarloosbaar is.
Delvoye: Tegenwoordig wil iedereen zijn opinie meedelen, en zeker als het over kunst gaat. Kunst hoort inderdaad thuis op straat, maar dat wil niet zeggen dat iedereen zomaar zijn beslissing kan doordrijven. Ik weet niets over voetbal, dus kijk ik vanaf de zijlijn toe. Vele mensen denken dat kunst een open forum is. Ze denken: smaken verschillen, wij hebben elk onze eigen smaak, dus kunnen we mee beslissen.
De Coene: Zelfs mijn eigen kapper was verontwaardigd over het prijskaartje van De Libelle. Hij vond het onacceptabel tot ik hem vertelde wat de bedoeling was en hem inlichtte over de educatieve waarde. Ik maakte de vergelijking met een nieuwe haarcoupe die misschien ook niet direct in de smaak valt, maar die na verloop van tijd wel in de mode geraakt en zelfs een trend wordt. Na dat gesprek bekeek hij het van de andere kant en stond hij ineens aan mijn zijde. Hij was zelfs blij dat het monument er in september al zal staan. Maar je kan moeilijk alle tegenstanders individueel gaan overtuigen. Dat is mijn taak niet en ook niet de taak van de kunstenaar.

Een kunstwerk waarbij iedereen braafjes ja-knikt en waarover niemand een opinie heeft, is geen interessant werk.




Karaat: Wat gebruik je dan als argument tegen zulke protesten?

De Coene: Je kan er weinig tegenover zetten. Wat me vooral kwetst is dat de oprechte bedoelingen in vraag worden gesteld. Ik krijg het verwijt dat ik me, als persoon, wil interessant maken ten koste van de stad. Er is echter een nuanceverschil: ik wil dat we een interessante stad worden die iets speciaals heeft te bieden. Zulke projecten hoeven niet per se op mijn palmares te komen, want ik weet dat ik zal worden beoordeeld, niet op basis van mijn palmares, maar over vier jaar, wanneer de kiezers hun stem uitbrengen. Als de meerderheid ontevreden blijkt, dan is dat maar zo en dan zal ik daar de gevolgen van dragen.

Karaat: Is de Vlaming niet een beetje bekrompen als het over openbare kunst gaat?
Delvoye: Kijk, de betonmolen heeft ook al in New York gestaan. Het is geen primeur, men moet mij dus het voordeel van de twijfel geven. Het Centre Pompidou werd destijds ook gehekeld, maar het is ondertussen een symbool geworden. Een mascotte. Dat kan ook zo gebeuren met de betonmolen. De mens is in wezen heel conservatief en dat moet je hem kunnen vergeven. Nu denkt men bij de betonmolen in een negatieve spiraal. Terwijl het object met de tijd kan uitgroeien tot iets unieks dat het park veel bekender en mooier maakt.

Karaat: Al die aandacht werkt natuurlijk ook de belangstelling voor het kunstwerk in de hand.
De Coene: Inderdaad. Een kunstwerk waarbij iedereen braafjes ja-knikt en waarover niemand een opinie heeft, is geen interessant werk. Het moet niet altijd provocerend zijn, maar er moet over gesproken worden. Belangrijk is dat de discussie of het overleg altijd op een beleefde en doordachte, positieve manier moet gebeuren. Kunst moet mensen samenbrengen, niet tegen elkaar opzetten.
Delvoye: Maar je kan inderdaad nooit voor iedereen goed doen. In de jaren tachtig was er een Franse burgemeester die het plan had opgevat om alle voetpaden op gelijke hoogte met de straat te brengen. Iedereen zou dan, letterlijk en figuurlijk, op hetzelfde niveau staan. Dat werd vooral door rolstoelpatiënten enthousiast onthaald. Maar opeens kwamen er berichten binnen over blinden die de straat overstaken en verongelukten omdat ze met hun stok geen verschil meer voelden tussen voetpad en straat. Je kunt dus nooit democratisch zijn voor iedereen.

Karaat: Wordt het woord ‘democratie’ soms niet te veel misbruikt?
Delvoye: Absoluut. Ik heb het gevoel dat de term democratie ons soms belet om optimaal te functioneren. Het is toch vrij absurd dat een handvol Brusselse experts die dagelijks met kunst bezig zijn en die zich goed hebben geïnformeerd over de betonmolen, opeens de mond zouden worden gesnoerd door een bende petitietekenaars die zogezegd in naam van de democratie roet in het eten gooien.
De Coene: Kijk, als 39 van de 41 democratisch verkozen afgevaardigden in het college voor De Libelle kiezen, betekent dat volgens de wet ‘groen licht’. Dan begrijp ik niet waarom sommige mensen zich gaan verkleden in een libelle om actie te voeren. Ik heb daar mijn bedenkingen bij, maar als politicus moet ik natuurlijk altijd beleefd blijven.


Tekst: Bavo Dhooghe - Foto's: Marc Masschelein