Karaat lifestyle magazine
 
   
   
 

Karaat Video

video karaat magazine

WIN WIN WIN

Accenta

Kijk hier om deel te nemen


Axelle Red

Klik hier om uw kans te wagen

 

 

Vrijkaarten te winnen !
Een overzicht via de activiteitenkalender
Groeten uit...
Digi karaat van de maand

Karaat Digi-magazine Juni 2010

Lifestyle links




a   a   a
U bevindt zich hier: Nieuws > Eerste vrouwelijke bobsleeteam ooit naar Spelen

01/02/2010: Eerste vrouwelijke bobsleeteam ooit naar Spelen

Eerste vrouwelijke bobsleeteam ooit naar Spelen

In september 2007 lanceert Canvas een ambitieuze oproep. Vrouwelijke atletes worden uitgenodigd om zich kandidaat te stellen voor het eerste Belgische vrouwenbobsleeteam. Het doel: de Olympische Winterspelen van februari 2010 in het Canadese Vancouver halen. Intussen hebben de vijf bobsleevrouwen hun ticket voor de Spelen beet want pilote Elfje Willemsen kwalificeerde zich onlangs tijdens de wereldbeker. Wie straks in Vancouver haar remster wordt in de tweemansbob, is nog niet geweten.

De KULeuven en toptrainer Rudi Diels engageerden zich om het team van meet af aan te begeleiden. Geert Vanvaerenbergh, manager van het vrouwelijke bobsleeteam, stond mee aan de wieg van dit hele verhaal. Als bedrijfsleider van informaticabedrijf Cernum zocht hij onder meer het nodige budget bij elkaar.

Vanwaar die droom om een vrouwelijk bobsleeteam in België op te richten?
Geert: “Op een bepaald moment raakte ik aan de praat met de manager/coach van Sven Nys, Paul Van den Bosch, over management in de sport en management in het bedrijfsleven. Er zijn veel gelijkenissen, maar een van de grootste verschillen is dat je als atleet grosso modo na je 35ste geen doorgroeimogelijkheden meer hebt. Dan stopt het. We vroegen ons af in welke sporten je tóch kan doorgroeien. Een zwematleet kan bijvoorbeeld nog aan triatlon beginnen. Oók explosieve sprinters zijn kanshebbers. In Amerika, Canada en Duitsland schakelen die vaak over naar de bobsleesport. Een succesvolle bobsleeafdaling hangt namelijk enorm af van de sprint bij de start. Bij wijze van oefening wilden we dat eens uitproberen en voilà.”

Dankzij sponsors kon je dit verhaal beginnen. Geen makkelijke opdracht, me dunkt.
Geert: “Tja, met deze vraag trap je een open deur in, zeker in crisistijden. Ik kan alleen maar zeggen dat alle sponsors geloven in de Olympische droom. Elke atleet heeft maar één droom en dat is de Spelen halen. Alle sponsors willen dat meemaken.”

Bobsleeën is toch niet populair bij ons. Wat denk je dat dit avontuur betekent voor België?
Geert: “Niet populair? De tv-reeks op Canvas trok toch 300 tot 500.000 kijkers. Ik denk dat de populariteit naar de Olympische Spelen toe nog zal aandikken. Sporza bracht trouwens ook verslaggeving uit van de wereldcups (waar de kwalificatie voor de Spelen moest gehaald worden, red), dus het leeft wel in België. Als we straks mooie resultaten halen, denk ik dat het een mooie nationale sport kan worden.”

Hoe kijkt u intussen terug op dit hele avontuur?
Geert: “Met plezier. We zijn gegroeid volgens het vooropgestelde plan en hebben echt àlles gedaan wat we konden, ons het beste materiaal aangeschaft… Het ticket voor de Spelen was het logische gevolg. Het zou pijnlijk geweest zijn mocht dit avontuur te vroeg geëindigd zijn. Wel heb ik onderschat hoe verschrikkelijk veel werk erin kruipt. Maar als je de wereldtop wil halen, moet je er veel voor over hebben. Aan de andere kant haal ik er enorm veel voldoening uit.”


Onze drie gesprekspartners
- Bieke Vandenabeele (25) was een verdienstelijke zwemster in het verleden. Ook in het reddend zwemmen stond ze haar mannetje. Bieke werkte als trainster aan de Topsportschool.
- Elfje Willemsen (25) komt uit het atletiekwereldje. Ze was gespecialiseerd in speerwerpen.
- Leen Blondelle (26) komt uit de roeisport. Ze haalde een hoog niveau in de skiff.


 

In welke mate heeft dit avontuur jullie leven veranderd?
Bieke: “Ik had als trainster een 9-to-5 job, dus dat is wel even een serieuze verandering geweest!”
Leen: “Vóór het bobsleeproject deden we bijna allemaal aan topsport dus we wisten al wat hard trainen was. Het was in het begin wel even aanpassen aan de trainingen omdat we allemaal uit verschillende sporttakken komen. Verder gingen we vroeger ook al op buitenlandse stages en wedstrijden, maar nu zijn we toch véél langer van huis weg… Gedurende het bobsleeseizoen trainen we bijna altijd in het buitenland (van oktober tot maart).”

Is er nog tijd voor een sociaal leven als je zoveel in het buitenland zit?

Leen: “Gelukkig is er overal ter wereld internet! Dat is wel belangrijk om contact te houden met familie en vrienden als je zo lang van huis weg bent. In de winter staat het sociale leven dus even stil maar ondertussen kennen we veel andere bobsleeteams. Dat maakt het wel gezellig. En als er een ‘thuis’wedstrijd is in het Duitse Winterberg komen de meeste vrienden en familieleden supporteren, wat bijzonder fijn is!”
Elfje: “Dat we vrienden en familie zo weinig zien is inderdaad het grootste minpunt aan onze job. Op dat vlak is mijn leven drastisch veranderd.”
Bieke: “Tijdens de feestdagen waren we bijvoorbeeld maar negen dagen thuis. Dat is lastig en vervelend.”

Droomden jullie als kind al van bobsleeën? Of zijn jullie om een andere reden op de selectieoproep ingegaan?
Leen: “Ik heb gereageerd uit nieuwsgierigheid. Ik had nog nooit een bobslee van dichtbij gezien. Ik had zin in een nieuwe uitdaging en heb die kans met beide handen gegrepen.”
Elfje: “Als kind droomde ik van de Olympische Spelen tout court. Toen die oproep verscheen, kon ik mijn droom dus waarmaken. Dat het als bobsleeër zou zijn, was een extra uitdaging.”

Welke misvattingen bestaan er over bobsleeën?
Leen: “Bobsleeën is niet enkel op de bobsleebaan afdalen, daarnaast is er elke dag sprint- of krachttraining. Het is iets waar je van ’s morgens tot ’s avonds mee bezig bent.”
Elfje: “Het werk aan de bobslee zelf valt evenmin te onderschatten. Het onderhoud van het materiaal (de slee, de schaatsen schuren…) vraagt heel veel tijd omdat het enorm belangrijk is. We moeten dat allemaal zelf doen wat ongeveer 2 tot 3 uur per dag in beslag neemt.”
Bieke: “Wist je trouwens dat één afdaling ongeveer 2 uur voorbereidend werk vraagt? Tegen dat de slee bijvoorbeeld boven is… Wij leiden echt geen eenvoudig leventje. Het zijn lange dagen. Ook de verplaatsingen in de auto om te gaan trainen vergen veel tijd.”

Hoe kijken jullie intussen terug op dit avontuur?
Leen: “Ik dacht 2,5 jaar geleden dat de selectie voor de Spelen in 2010 wat te vroeg zou zijn. Vooral in het begin was het zwaar. Het eerste jaar gebeurden er heel veel crashes en dan vraagt het veel doorzettingsvermogen om telkens weer opnieuw te beginnen.”
Elfje: “Ik zou het direct opnieuw doen. In het begin was een afdaling wel een pak angstaanjagender dan ik dacht. Nu vind ik het oprecht leuk.”

Wat na de Spelen?
Leen: “Als de Olympische Spelen achter de rug zullen we kijken hoe het verder loopt voor elk van ons. Ik denk dat er zeker een Belgisch bobsleeteam zal blijven bestaan. Met een paar jaar meer ervaring kan het enkel nog beter gaan.”
Elfje: “We hopen dat dit avontuur niet stopt maar dat hangt allemaal af van onze sponsors…”
Bieke: “Het blijft voorlopig inderdaad een open vraag maar ikzelf blijf als bobsleeër sowieso doorsporten, ik wil nóg sterker worden. Stiekem hoop ik de Spelen van 2014 te halen.”

Jullie hoogtepunt is ongetwijfeld de selectie voor de Spelen. Welk dieptepunt staat daar tegenover?
Leen: “Mijn crash in Lake Placid in het begin van het seizoen waardoor ik een tijdje out was door een blessure.”
Elfje: “Mijn allereerste afdaling vergeet ik nooit meer. Ik wou nooit meer in zo’n slee zitten!”
Bieke: “Eind december 2008 werd ik uit het A-team gezet omdat er geen budget genoeg was. Ik stond toen bij wijze van spreken op straat. Gelukkig kon ik een paar maanden later opnieuw aansluiten.”

Tot slot een heikele vraag: slechts één team van twee meisjes mag naar de Spelen. Pilote Elfje is al zeker van een plaats. Wat doet dat met een vijfkoppig team?
Elfje: “Leen is blij voor ons. We gunden het elkaar al van in het begin.”
Bieke: “Natuurlijk doet iedereen zijn best om de Spelen te halen, maar we hebben elkaar nodig. Bovendien leven we dag in dag uit samen, dus we kunnen het ons niet permitteren om ruzie te maken. We gaan sowieso als team naar Vancouver.”
Manager Geert: “Het blijft gezonde concurrentie onder elkaar en atleten moeten dat hebben om te blijven presteren.”

 

Over de toekomst is Geert enthousiast maar realistisch: “Ik heb de voorbije drie jaar bijzonder veel werk gehad aan de bobsleeclub. De funderingen zijn gelegd, maar er blijft seizoen na seizoen veel werk aan de winkel. Als de meiden in zomerstop zijn en enkel trainen op de atletiekpiste en de powerzaal, ben ik volop bezig met het boeken van allerlei arrangementen, inschrijvingen voor wedstrijden, sponsors overtuigen, noem maar op. Er is nooit of te nimmer rust voor een bobsleebaas. Ik zal met plezier doorgaan tot de olympiade van Sotchi (2014) op voorwaarde dat de stress van de budgetdruk wegvalt. Ik hoop dat de sponsors mij in maart 2010 bevestigen dat ze ons blijven steunen, 4 jaar lang. De stress en de werkdruk die ik sinds september meemaak zijn te erg, ik hunker naar meer structuur in het management, maar zoiets moet je kunnen betalen. Duimen dus.”