Karaat lifestyle magazine
 
   
   
 

Karaat Video

video karaat magazine

WIN WIN WIN

Accenta

Kijk hier om deel te nemen


Axelle Red

Klik hier om uw kans te wagen

 

 

Vrijkaarten te winnen !
Een overzicht via de activiteitenkalender
Groeten uit...
Digi karaat van de maand

Karaat Digi-magazine Juni 2010

Lifestyle links




a   a   a
U bevindt zich hier: Nieuws > Marieke Dilles: er bestaat geen absolute waarheid

01/01/2010: Marieke Dilles: er bestaat geen absolute waarheid

Marieke Dilles in film ‘Dossier K’ van Jan Verheyen

Er bestaat geen absolute waarheid

De prestigieuze dramaserie ‘De smaak van De Keyser’ was haar opgemerkte entree in televisieland. Nu speelt ze mee in ‘Dossier K’, de film van Jan Verheyen naar het gelijknamige boek van Jef Geeraerts. De toekomst lacht actrice Marieke Dilles (23) toe.

Heb je auditie moeten doen voor je rol in ‘Dossier K’?
Ja. Jan Verheyen had me gezien in ‘De smaak van De Keyser’ en nodigde me uit voor een auditie. Eerst moest ik in mijn eentje komen. In de tweede auditieronde liet hij me een aantal scènes spelen met Blerim Destani, de Albanese-Duitse acteur die in ‘Dossier K’ Nazim speelt.

Jij bent het liefje van die Nazim?
Ik speel Naomi Waldack, de enige dochter van een Antwerpse advocaat die Albanezen verdedigt. Naomi heeft op jonge leeftijd een relatie gehad met Nazim, tot die plots naar Albanië is vertrokken. Al die tijd heeft hij niets meer van zich laten horen, hij is vooral met louche dingen bezig geweest. Tot Naomi hem, jaren later, onverwacht weer in een discotheek tegen het lijf loopt. Ze proberen hun relatie weer op te nemen, maar dat is niet evident.

In ‘Dossier K’ rijd je rond in een cabrio. Dat is een heel andere gedaante dan de jonge Helena die we ons herinneren uit ‘De smaak van De Keyser’.
Dat vond ik juist de interessante uitdaging. Voor alle duidelijkheid: in ‘Dossier K’ is mijn aandeel veel minder groot dan in ‘De smaak van De Keyser’. Uiteindelijk draait het allemaal rond de praktijken van Nazim in het Albanese misdaadmilieu.

Is Naomi een verwend nest?
Ze is in elk geval opgegroeid in meer dan comfortabele omstandigheden: een chique villa met een zwembad. Maar eigenlijk probeert ze zich tegen die afkomst te verzetten, onder meer door iets met die Albanees te beginnen. ‘Die villa en dat zwembad, dat ben ik niet’, zegt ze, ‘dat zijn mijn ouders.’ Nu ja, ondertussen blijft ze er toch maar lekker wonen. Het heeft dus iets tweeslachtigs.

Wat viel je vooral op aan de regie van Jan Verheyen?
Jan en ik hebben vooraf veel gepraat, en dat bezorgde me op de set een groot gevoel van vrijheid. Plus: als ik hem iets vroeg, gaf hij me altijd meteen een duidelijk antwoord. Dat kwam mijn zelfvertrouwen ten goede.
Wat heeft ‘De smaak van De Keyser’ bij je aangericht? Word je sindsdien in het straatbeeld nagestaard?
Nee, hoor. Ook al omdat mijn haar nu helemaal anders is. Onlangs was er de sluiting van de Smaakroute in Hasselt en daar werd ik natuurlijk wél herkend. Er bekroop me trouwens een licht gevoel van heimwee, toen ik daar beelden uit de serie terugzag. Tijdens de opnamen was ik vooral hypergeconcentreerd. Ik was me er goed van bewust: ze hebben míj hiervoor gekozen en nu moet ik het waarmaken.

Een aantal maanden geleden stond je op het Zeeland Nazomerfestival. Theater spelen in de open lucht, hoe beviel dat?
Met een gelegenheidscollectief van negen acteurs – vier Vlamingen en vijf Nederlanders – brachten we er een bewerking van ‘The Tempest’ van Shakespeare. Het werd een wonderlijke ervaring. Tweemaal kregen we létterlijk af te rekenen met een zware storm. Het moet een schitterend decor geweest zijn voor het publiek: dat open land met bliksemschichten aan het hemelgewelf. Eén keer werd het toch te heftig, zodat het publiek de tribune verliet en we de voorstelling moesten stopzetten. De dag erop bleek trouwens dat een duur raspaard in de weide ernaast was neergebliksemd.

Ondertussen geef je nog altijd dictie en voordracht aan een academie. Wat voor lerares ben je? Streng maar rechtvaardig?
(glimlacht) Kijk, veel van die leerlingen zitten al een hele dag op school, dus wil ik me ervoor behoeden hun enthousiasme te temperen door hen te veel opdrachten naar huis mee te geven. Elke opdracht probeer ik zo leuk mogelijk in te kleden, zodat ze het niet als dwingend ‘huiswerk’ ervaren.

Ging je zelf graag naar school?
Ik volgde mijn middelbaar onderwijs aan het Xaveriuscollege in Borgerhout. Ik bewaar vooral mooie herinneringen aan een leerkracht Nederlands: die nam ons mee naar het theater en dat maakte allemaal een geweldige indruk op me. En met de laatstejaars konden we een toneelproject doen onder leiding van Matthijs Scheepers (die in ‘De smaak van De Keyser’ de rol van Alfred speelde, red.). De liefdevolle manier waarop hij met tekstmateriaal omging, heeft me zeker mee in de richting van het acteren gedreven. Eerst liet ik me inschrijven aan de filmschool Narafi, maar in laatste instantie veranderde ik van mening en koos ik voor het Herman Teirlinck Instituut.

Daar volgde je de opleiding ‘woord’. Vanwaar die switch in je keuze?
Ik zag er meer toekomstmogelijkheden in. Zo’n opleiding is bijvoorbeeld ook een goede voorbereiding op het maken van documentaires en op het interviewen. Allemaal dingen die ik nog graag wil doen.

Er woeden de jongste tijd felle discussies over het taalgebruik in Vlaamse films en tv-series. ‘Het Algemeen Nederlands raakt daarin steeds meer verdrongen door het dialect’, klinkt het.
Ik vind dat je als acteur beide moet kunnen. Bij de radiovakken op school werden we heel streng beoordeeld op onze uitspraak. Dat is nogal logisch. Maar hoeveel mensen hoor je in het dagelijkse leven Algemeen Nederlands spreken? Weinig, heel weinig. Vandaar dat je ook niet per definitie zulke personages moet neerzetten, want dat komt de geloofwaardigheid niet ten goede. Zeg nu zelf: je kunt je toch niet voorstellen dat de vier broers van het marginale gezin in ‘De helaasheid der dingen’ beschaafd tegen elkaar praten? Ik vind de geloofwaardigheid van een personage belangrijker dan dat er correct A.N. wordt gesproken.

Meerdere kanten
‘Ik ben iemand die zich graag door andere mensen omringd weet’, liet je je in een eerder interview ontvallen.
Misschien heeft dat te maken met mijn jeugd: ik kom uit een groot gezin. Mijn huiswerk maakte ik bij voorkeur beneden in de living, waar het leven van alledag zich afspeelde. Dat is ook wat me in de stad aantrekt: er is altijd van alles te doen en dat werkt inspirerend voor me. Tegelijk voel ik me dan ook weer geen stadsmens pur sang. Ik keer graag terug naar Wommelgem, mijn gemeente van herkomst, waar het rustiger is. (geamuseerd) Ik eet graag van twee walletjes.

Word je voldoende ontroerd in het dagelijkse bestaan?
Hoe ouder ik word, hoe meer. Dat is dus een hoopvolle vaststelling. Als je door ontroering overvallen wordt, zegt dat vaak veel over hoe jij je op dat moment voelt. Alles hangt af van je ‘staat van zijn’ op het moment.
Weet je waarom ik zo dankbaar terugblik op mijn opleiding aan het Herman Teirlinck Instituut? Na het middelbaar, waar toch vooral een beroep wordt gedaan op je rationele denken, heb ik daar geleerd om me voluit open te stellen voor de gevoeligheden van het leven. In dat opzicht zijn kinderen mooie leermeesters: ze dragen permanent de verwondering in zich. Doodzonde dat er bij zoveel mensen nauwelijks nog ruimte is voor fantasie!

Ben je ambitieus genoeg? Of krijg je geregeld te horen: ‘Je zou moeten leren jezelf wat beter te verkopen?’
Ik ben niet het type dat zomaar luidop haar verwachtingen kenbaar maakt. Ik zie het anderen wél doen, hoor. Dan denk ik hoogstens: tja, zo kan het ook. Maar het past niet bij mij. Ik ben evenmin een type van uitgesproken meningen. Er bestaat geen absolute waarheid, elk verhaal heeft meerdere kanten. Als iemand met grote stelligheid zijn mening verkondigt in een discussie, vind ik het altijd heerlijk om daar met allerlei argumenten tegen in te gaan. Dat deed ik als kind al graag.
Ik maak er gewoon een spel van. Alleen heb ik al vaak vastgesteld dat niet iedereen dat doorziet. Met als gevolg dat sommige strevers-naar-het-grote-gelijk dat blijkbaar absoluut niet leuk vinden. (lacht)

Tekst: Manu Adriaens
Foto: Marc Masschelein

De film ‘Dossier K’ van Jan Verheyen is vanaf 9 december in de Vlaamse zalen te zien.