U bevindt zich hier:
Nieuws
> Broeder Stan: een lichtpunt in de vergeten stad Kigoma
02/12/2009: Broeder Stan: een lichtpunt in de vergeten stad Kigoma
Broeder Stan
Een lichtpunt in de vergeten stad Kigoma
Het leven is een aaneenschakeling van ontmoetingen. Sporadisch kruist jouw pad dat van een mens die door zijn daden een onuitwisbare indruk op je maakt. Levenslang. Op mijn tweejaarlijkse trektocht door Afrika strandde ik in Kigoma. Nooit eerder ontmoette ik zo’n integer man. Stan Goetschalckx is zijn naam.
De stad Kigoma in Tanzania herbergt wezen, verschoppelingen, professionele bedelaars, hoeren, werklozen en leprozen. In deze ‘vergeten stad’ vragen we onderdak in het jeugdcentrum Maendeleo. Stan, Broeder van Liefde, verwelkomt ons. In navolging van hun stichter, kanunnik Triest, keren de Broeders van Liefde terug naar hun roots. Ze steunen (vooral nieuwe) initiatieven die ten goede komen van de allerzwaksten in binnen- en buitenland.
Iedereen is zonder voorbehoud voor onbepaalde tijd welkom. Broeder Stan stelt geen vragen. “Iedereen die door deze deur stapt, is een geschenk van God.”, zegt hij eenvoudigweg. We delen een maandlang het leven van de bewoners: jongeren, studenten, een paar dove en mentaal gehandicapte kinderen, twee vrouwen en een paar psychiatrische patiënten. Maendeleo telt zeven nationaliteiten. Katholieken, protestanten, anglicanen, moslims leven samen in harmonie. Broeder Stan leeft met hen, tussen hen. Wij nemen de vrijheid om naast de gemeenschap een eigen leven te leiden.
De maaltijden zijn sober. ’s Morgens thee, een broodje en een beetje honing. ’s Middags en ’s avonds een portie ugali, gekookt maïsmeel, vergezeld van bonen. Soms staat er kool op het menu en zo af en toe een piepklein stukje vis: een kop of een staart. Broeder Stan speurt de tafels af. “Frederique heeft geen kool. Wie heeft kool voor Frederique?” Geen reactie. Stan maakt een teken. Een lege kom wordt doorgegeven. Iedereen deponeert er een paar vorkjes kool in tot er voldoende is voor één ruime portie. “Een collecte,” glimlacht Stan. “Een eeuwig durend scoutskamp.” Ook voor ons staat er altijd een bord klaar. Af en toe passen we.
Werken van barmhartigheid
Broeder Stan maakte de genocide in Rwanda mee. Hij leefde in de vluchtelingenkampen in Goma (Kongo) en kwam uiteindelijk in Kigoma terecht. Hij richtte het jeugdcentrum op. Bijna dagelijks staat er iemand voor de deur. Een dove jongen ‘zonder’ verleden. Of een oude bekende die smeekt om een hospitaalrekening te betalen, of een vluchteling die geld zoekt om zijn familie te vervoegen… Stan ziet Maendelea - Swahili voor ontwikkeling - als een doorgangshuis. Iedereen krijgt de kans om er tot rust te komen en zich te ontwikkelen. Hij stimuleert zijn beschermelingen om andere jongeren in de stad te ondersteunen door het oprichten van jeugdbewegingen. Stan leeft volgens de principes van de bijbel. Af en toe treedt één van zijn protégés in zijn voetsporen. Dat is een aanleiding om een nieuw project op te starten. Zo kwam Bangwé tot stand, een tehuis voor mentaal gehandicapte jongeren.
Broeder Stan heeft financiële zorgen. Maandelijks heeft hij voor de maaltijden van een honderdtal bewoners 2500 dollar nodig. Deze maand dient hij het examengeld voor 1500 studenten te betalen. Dan zijn er nog de dagelijkse problemen. Een zwarte broeder heeft ondersteuning nodig. Of de stoppen slaan door bij een psychiatrische patiënt. Gelukkig kan hij een beroep doen op de Kongolese dokter Chantal. Samen vechten ze tegen onwetendheid. Een mentaal gehandicapte of geesteszieke wordt hier als vervloekt beschouwd. Broeder Stan zucht. “Als God problemen op mij afstuurt, moet Hij mij een oplossing sturen. En dat gebeurt uiteindelijk altijd.” Naïef. Het woord spookt af en toe door mijn hoofd. Zijn ijzersterke geloof deel ik niet. Zijn nooit aflatend streven naar een betere wereld is bewonderenswaardig. Stan staat voor hoop. Hij is het lichtpunt voor de verschoppelingen van de streek, zijn geschenken van God.
We nemen afscheid van een man die nooit de ambitie had om grootse dingen te realiseren. Hij werkt aan kleine dingen voor doodgewone Afrikaanse mensen.
Eén jaar later…
De Catholic University of America (Washington DC) kent Broeder Stan Goetschalckx de prestigieuze Opus Prize van één miljoen dollar toe. Deze prijs huldigt personen en organisaties, de ‘onbekende helden’ die dagelijks in de frontlinie staan in hun strijd tegen armoede, analfabetisme, honger, ziekte of onrechtvaardigheid. Uit de genomineerden, aangeduid door anonieme spotters, selecteert de Opus Prize jury de uiteindelijke winnaar.
Broeder Stan kreeg de prijs als stichter en bezieler van het Ahadi International Institute. Ahadi biedt afstandsonderwijs aan de vluchtelingen uit Kongo, Rwanda en Burundi met de bedoeling hun gedwongen verblijf in het buitenland te benutten voor het behalen van een erkend hoger diploma. Ahadi telt jaarlijks 26.000 studenten. ‘Ahadi’ is Swahili voor ‘een belofte die je moet vervullen door eigen inspanning’.
Twee jaar later…
Wat betekende de Opus Prize voor het leven in Kigoma?
Broeder Stan: “Jaren werkten we tegen de stroom in en uiteindelijk wordt het geapprecieerd. Om ons te voorzien van lokale inkomsten kochten we een hotelletje: Aqua lodge. De Opus Prize hielp ons om onderwijs met een sociale impact uit te bouwen. In Kigoma bouwden we met het geld klaslokalen en een bibliotheek. En zo gaan we verder: gastvrijheid, edelmoedigheid en voor mekaar beschikbaar zijn. De drie basiselementen van gelukkig leven!”
De problematiek van de vluchtelingen is zo goed als opgelost?
“De meeste vluchtelingen zijn vertrokken. In die zin hebben we een strategisch plan voor de toekomst van Ahadi in Tanzania, Kongo en Burundi uitgewerkt. De Opus Prize dekte ook de kosten voor het Ahadi programma voor bachelor social work, uitgewerkt in samenspraak met de Artevelde hogeschool in Gent. Ahadi blijft groeien en evolueert naar een hoger instituut met programma’s voor maatschappelijke werkers. Later hopen we er een afdeling verpleegkunde en onderwijs voor kinderen met speciale noden aan toe te voegen.”
Je neemt niet langer de directe leiding van de projecten op?
“Kanslozen een kans geven om te groeien in verantwoordelijkheid, met de stille hoop dat zij verder werken in dezelfde geest, dat is mijn filosofie en uitdaging. Zieken, straatkinderen of vluchtelingen, het principe is telkens hetzelfde. Ik wil denken op lange termijn. Daarom heb ik de algemene leiding van Ahadi en Mandeleo aan een ploeg zwarte broeders en leken overgedragen. Vanuit Vlaanderen krijgen we ondersteuning voor de uitbouw van een dovenwerking in Mandeleo. Bangwé is uitgegroeid tot een gemeenschap waar onder leiding van leken en een viertal jongeren mentaal gehandicapten met gewone kinderen samenleven. Op 15 kilometer van Kigoma bouwen we een ‘mental health center’. Vanuit Kigoma groeien zeven onafhankelijke initiatieven. Ik evolueer mee met hun noden. Er komt een moment dat ze hun eigen vleugels uitslaan en dat is de ultieme bekroning.”
Wat zijn jouw plannen voor de toekomst?
“Blijvend kansen geven en mensen overtuigen om zich in te zetten voor anderen. Daarnaast verleen ik financiële ondersteuning. Afrikaanse broeders en hun medewerkers hebben geen achterban die hen kunnen helpen. We streven naar autofinanciering maar zover zijn we nog lang niet. We blijven afhankelijk van buitenlandse steun. De noden zijn groot. Een school heeft nood aan een bibliotheek en moderne technologie. Medicatie kost veel. Wie kansarmen helpt, weet op voorhand dat hij een deel van de kosten zelf moet dragen. Er zijn altijd mensen die hulp bieden. Uiteindelijk moeten de kansarmen zelf opstaan en zich uit hun afhankelijkheidspositie werken.
Ria Anyca
Wie broeder Stan financieel wil steunen, kan dat op rekeningnummer 445-9628121-62 van Caraes NGO, IBAN: BE51 4459 6281 2162, BIC: KREDBEBB, met vermelding ‘steun aan Ahadi’ of ‘steun aan Mandeleo’. Fiscaal attest vanaf € 30.
|