U bevindt zich hier:
Nieuws
> ‘Gratis dokter’ Kris Merckx met pensioen: een hekel aan de graaicultuur
02/12/2009: ‘Gratis dokter’ Kris Merckx met pensioen: een hekel aan de graaicultuur
‘Gratis dokter’ Kris Merckx met pensioen
Een hekel aan de graaicultuur
In 1971 legde Kris Merckx (65) de basis van ‘Geneeskunde voor het Volk’. Vandaag telt zijn geesteskind elf praktijken, waarin bijna zestig artsen gratis zorgen aanbieden. Zelf ging het boegbeeld van de radicaal-linkse Partij van de Arbeid (PVDA) onlangs met pensioen.
Geen last van het beruchte zwarte gat sinds uw pensionering?
Absoluut niet. ’s Ochtends kan ik tot mijn blijdschap al eens uitslapen, maar ik blijf met van alles bezig. Gisteren bijvoorbeeld heb ik, op verzoek van professor De Maeseneer van de Universiteit Gent, gesproken voor zo’n 250 studenten geneeskunde. Het deed me onvermijdelijk denken aan de sfeer van mei ’68, de woelige tijd waarin ik op de studentenbarricaden stond.
Waarom had professor De Maeseneer u uitgenodigd?
Hij wil de hedendaagse studenten ervan bewust maken dat je als dokter oog moet hebben voor maatschappelijke toestanden die mensen ziek kunnen maken. Toen ik in 1971 als arts in Hoboken begon, telde de scheepswerf Cockerill Yards meer dan drieduizend werknemers. Die kregen te maken met het asbestprobleem, dat vandaag trouwens nog altijd doorwerkt: ook de jongste jaren zijn voormalige scheepsbouwers gestorven aan de ongeneeslijke longvlieskanker, veroorzaakt door asbest. Of neem de loodvergiftiging – ook bij kinderen – die zich in de jaren zeventig manifesteerde als gevolg van een nieuwe, zeer vervuilende productie-eenheid van de Métallurgie Hoboken. Door jaren actie te blijven voeren, hebben we kunnen bekomen dat het bedrijf grote investeringen moest doen voor de sanering van het milieu. Daardoor is de luchtvervuiling nu gedaald met meer dan 95 procent. Die grafieken zijn de mooiste decoraties die wij, dokters van Geneeskunde voor het Volk, hebben gekregen.
U leeft hier in Hoboken in een sociale woonwijk met veel migranten. Luckas Vander Taelen, senator van Groen!, haalde een tijdje geleden in de pers zwaar uit naar het gedrag van allochtone jongeren in zijn Brusselse deelgemeente.
Je zult me nooit dingen horen vergoelijken die absoluut niet door de beugel kunnen. Maar van een groen parlementslid verwacht ik toch veeleer dat hij hamert op andere zaken. Op het belang van tewerkstelling, bijvoorbeeld. We hebben het in deze wijk aan den lijve ondervonden: toen er problemen waren met hangjongeren, veranderde dat serieus op het moment dat enkelen werk kregen in de nachtploeg van Opel. Als je probleemjongeren een job geeft, is de kans groot dat ze fatsoenlijke mensen worden. Zoals ik het ook eens een buschauffeur van de Brusselse vervoersmaatschappij MIVB hoorde verwoorden: ‘De knapen die herrie schopten op mijn bus, veranderden in heren zodra ze werk hadden gevonden.’
In uw boek ‘Dokter van het volk’ vertelt u over uw Marokkaanse buurvrouw Ouarda, die op een gegeven ogenblik besloot een hoofddoek te gaan dragen.
Ze kwam dat aankondigen door een fotoboek te tonen. Ze zei: ‘Kijk, mijn moeder droeg in Marokko geen hoofddoek; daarmee is ze pas na verloop van tijd hier in België begonnen. En nu ga ik hetzelfde doen.’ Ouarda was helemaal geïntegreerd, sprak Nederlands, werkte in een ziekenhuis, maar desondanks ondervond ze dat men migranten en moslims als profiteurs bleef bestempelen, zelfs als terroristen. Haar redenering luidde toen: oké, dan moeten ze me maar nemen met alles erop en eraan. Dus mét hoofddoek.
En u geeft haar gelijk?
Ik vind het jammer dat de taal die ook sommige progressieven over de hoofddoek hanteren – onder meer binnen het gemeenschapsonderwijs - elke differentiatie onmogelijk maakt. Je bereikt er trouwens net het tegenovergestelde effect mee: de hele groep wordt nog hechter. Tegelijk kan ik dat hele hoofddoekendebat goed relativeren, omdat ik in de jaren vijftig ben opgegroeid in een plattelandsgemeente in het Waasland. Als mijn moeder naar de kerk ging, moest ze ook haar hoofd bedekken. En ze moest in de linkervleugel gaan zitten, want dat was de ‘vrouwenkant’. Mijn zussen zijn nog van de school naar huis teruggestuurd omdat ze een jurkje droegen met halve mouwen. Dat mocht niet: het ontblootte een te groot deel van het lichaam. In de jaren zestig is dat allemaal heel snel veranderd. Dankzij de economische en sociale vooruitgang, plus de democratisering van het onderwijs, konden de mensen steeds meer hun eigen keuzes maken. Laten we ervan uitgaan dat dezelfde evolutie zich ook in de migrantengemeenschap kan voltrekken.
U bent nu gestopt als dokter. Zijn er in de afgelopen decennia momenten geweest dat uw idealisme een felle knauw kreeg?
Er natuurlijk wel moeilijke momenten geweest, maar dan ging het niet over Geneeskunde voor het Volk. Voor dat project kregen we altijd zo veel steun uit allerlei hoeken, dat we gewoon niet moedeloos kónden worden. (glimlacht)
De moeilijke momenten hadden te maken met uw politiek gedachtegoed? U had gedroomd van meer succes in Vlaanderen?
Cruciaal was wat zich in 1989 heeft afgespeeld: de val van de Muur en de instorting van de regimes in Oost-Europa. Nu hadden we zelf al vaak gezegd: ‘Daar is geen sprake meer van een zuiver socialisme, de principes worden er met de voeten getreden.’ In ons oordeel hebben we, achteraf bekeken, waarschijnlijk zelfs overdreven. Ondertussen zagen we wat het kapitalisme bleef aanrichten in de wereld. Met als blikvanger de oorlog om olie die ontstond in Irak. Dat heeft het hele politieke klimaat in het Midden Oosten veranderd: het werd een voedingsbodem voor het fundamentalisme.
Er groeiden conflicten in uw partij vanwege uiteenlopende visies. In 2003 hield een deel van de leiding het zelfs voor bekeken.
Dat was een zware periode. Maar goed, het hoort bij het proces van politiek debat en groei. Eén sterk punt hebben wij alvast in vergelijking met de andere partijen: bij ons staan persoonlijke carrière en geldgewin nooit voorop. Nee, het gaat ons om het doel: hoe kunnen we van deze planeet – zowel hier als in de derde wereld – een betere planeet maken? In dienst van de winst wordt nog altijd met mensenlevens gesold. Zo zag ik enige tijd geleden op de televisie een reportage over de zwavelwinning in Indonesische vulkaankraters. Als de arbeiders niet verongelukken tijdens het afdalen in die kraters, bedraagt hun levensverwachting sowieso maar veertig jaar. Zulke taferelen kunnen je toch niet onverschillig laten?
Het beroep verzwaart
Wat hebt u over de mensheid geleerd?
Ik ben het alvast niet eens met degenen die zeggen: ‘De mens is per definitie een egoïstisch wezen.’ De grote meerderheid van de mensen wil gewoon een aantal legitieme verlangens vervuld zien: een redelijk inkomen, een goede gezondheidszorg, degelijk onderwijs, veiligheid, wat modern comfort, af en toe een mooie vakantie of reis... Daarvoor moet de politiek dus zorgen. Alleen werkt een economisch systeem dat draait om het streven naar maximale winst een bepaald soort denken in de hand: ‘Ik probeer mezelf te realiseren, zelfs als dat ten koste gaat van anderen.’ En wie wordt als succesvol beschouwd? Degenen die het verst doordrijven in deze graaicultuur.
Hebt u uw idealisme via uw ouders meegekregen?
Ze stonden allebei in het lager onderwijs. Rijk zijn ze daar niet van geworden, maar ze hebben zich altijd erg voor hun job ingezet. Met dezelfde toewijding die ik vandaag bij verplegers en bejaardenhelpers zie. Mijn vader ontwikkelde zelfs eigen leesmethodes, zo begaan was hij met zijn leerlingen. Daarnaast was hij actief in de christelijke arbeidersbeweging. Als secretaris van de plaatselijke mutualiteit maakte hij de opkomst mee van de verplichte ziekteverzekering, waardoor doktersprestaties werden terugbetaald. Hij zag ook meteen hoe bepaalde dokters – let wel: niet allemaal - daar misbruik van maakten: in plaats van één keer per maand de bloeddruk van een bejaarde te meten, gingen ze dat één keer per week doen. Omdat dat lekker verdiende, natuurlijk.
Zelf hebt u uw hele leven gewerkt voor een arbeidersloon. Met als resultaat: u woont in een sober appartement. Het had een chique villa kunnen zijn.
Ik denk niet dat ik me dan nu gelukkiger zou hebben gevoeld.
Hadden uw ouders het moeilijk met uw marxistisch denken?
Je moet het in zijn context zien. Mijn vader had in de jaren dertig aan een katholieke normaalschool gestudeerd. Daar hield hij een anticommunistische reflex aan over. Als mijn vrouw en ik naar het ouderlijke huis kwamen, wachtte ons in het begin niet zelden een preek over ‘dat hij een Pool ontmoet had’ en ‘of wij wel wisten hoe onderdrukt die mensen in hun land werden?’. Dat leidde wel eens tot ruzies tussen ons. Maar later kreeg hij respect voor wat ik deed. Ter illustratie: hij woont nog altijd in Stekene en daar heeft hij, als 94-jarige, meer dan 120 exemplaren van mijn boek verkocht. Hij gaat elke dag een uur wandelen, hé.
Gaat het met de huisartsengeneeskunde de goede richting uit?
Ja en nee. Nee, omdat er veel meer kan en moet gebeuren om de dalende aantrekkingskracht van dit belangrijke beroep weer op te vijzelen. Ja, omdat de opleiding fel verbeterd is. De meeste artsen trekken vijftien minuten per patiënt uit – of zelfs twintig minuten, zoals bij Geneeskunde voor het Volk. Minder is trouwens bijna niet realistisch meer: je moet alles goed bijhouden in de computer. Zeker als je in een groepspraktijk werkt, is dat een absolute noodzaak, opdat de informatieoverdracht voor je collega’s vlot verloopt.
Is het beroep meer stresserend geworden?
De patiënten stellen – terecht – hogere eisen, en de dokters willen het kwalitatief beter doen. Bovendien is onze maatschappij complexer geworden. De vergrijzing is zo’n factor die het beroep verzwaart. Het is natuurlijk een goede zaak dat de mensen langer leven, maar dat heeft ook zijn implicaties. Want hoe ouder iemand wordt, hoe meer kwalen hij kan hebben, en hoe meer geneesmiddelen annex potentiële bijwerkingen je moet opvolgen. Bij de jongeren zie je dan weer de invloed van de veranderde tijdgeest. Vroeger hadden zij grosso modo twee referentiekaders: thuis en de school. Vandaag zie je hoe ze via internet en andere moderne media overspoeld worden met van alles en nog wat. Dat werkt verwarrend, en ook dát moet je als huisdokter helpen opvangen.
U bent inmiddels zelf een zesvoudige opa.
(verrukt) Grootouderschap is van het leukste dat er is! Weet je wat mijn eigen dierbaarste kinderherinnering is? Mijn vader die gaat fietsen en ik die, op een stoeltje op de buis, tussen zijn armen mag zitten. En iedereen die we tegenkwamen, groette hij. Dat doe ik nu zelf als opa met mijn kleinkinderen. Nu ja, het lukt me alleen nog met de twee allerjongsten, want de andere vier fietsen al op eigen kracht.
Tekst: Manu Adriaens
Foto: Marc Masschelein
Het boek ‘Dokter van het volk’ van Kris Merckx verscheen bij de uitgeverij EPO. Meer info: www.krismerckx.be
|